• Nieuws van de verzorger: Hersteltraining

    3 mrt 2019
  • Als verzorger/masseur probeer je zo goed en snel mogelijk blessures te verhelpen. Maar ook de periode daarna is erg belangrijk. Het lichaam moet namelijk weer wennen aan belasting. De blessure wil je niet verergeren en de spelers moeten weer voor meer dan 80% mee kunnen doen aan groepstraining.

    Tijdens het herstelproces werk je in principe met vijf fases, waarin alle facetten zo optimaal mogelijk behandeld worden. Het uiteindelijke doel hiervan is om de speler op zo'n niveau te krijgen dat hij in conditioneel opzicht zo snel mogelijk meekan met de rest van de spelersgroep. 

    Hieronder een korte uiteenzetting hoe we een herstelperiode ingaan en doormaken.

    Fase 1

    De eerste stap is het behandelen van de blessure. Als de blessure zodanig hersteld is, dat we in fysiek opzicht weer een stapje kunnen maken, beginnen we met simpele loopvormen. Vervolgens bouwen we dit uit naar loopvormen waarin kracht en stabiliteit ook naar voren komen. Afhankelijk van de blessure kunnen we ter ondersteuning van het lichaam een tape aanleggeb.

    Fase 2

    In de tweede fase gaan we aan de slag met diverse oefeningen waarin we veel variëren. Vooral heel veel, niet te veel van hetzelfde, zodat het ook uitdagend blijft. Kort en snel voetenwerk zijn, onafhankelijk van de inrichting van de oefening, de belangrijkste aandachtspunten. Specifieke loopoefeningen zijn skippings en tripplings. Skipping is een loopvorm waarbij de knieën zo hoog mogelijk worden opgetrokken, terwijl er voorwaarts bewogen wordt. Bij tripplings wordt er snel en licht bewogen op de voorvoeten.

    In deze fase doen we ook oefening die de nodige spierspanningen, in opbouwende lijn, teweeg brengen bij de speler. Als voorbeeld: er wordt gestart met een rustige pas, maar tijdens de loop wordt het tempo opgevoerd, waarbij we tot maximaal 60, 70 of 80 procent van het vermogen sprinten. Dit kunnen we dan verder uitoefenen met explosiviteitsvormen. Dit laatste, ter voorbereiding op de groepstraining, waarbij er ook weer veel gesprint moet worden.

    Fase 3

    Fase drie is vooral ingericht naar de aard van de kwetsuur. Bij een liesblessure is het veel zijwaarts lopen, zodat de spier langzaam belast wordt. Een knieblessure vraagt natuurlijk iets anders, omdat het een ander lichaamsdeel is, dat ook op een andere manier belast wordt. De speler zal dan veel draai-, wend- en keeroefeningen gaan doen.

    Bij lage rugblessures worden ook vaak oefenvormen gebruikt waarbij er veel gedraaid moet worden. Dit wordt vooral gedaan omdat er vanuit de lage rug en romp veel coördinatie plaatsvindt voor de rest van het lijf. De draaivormen zijn belangrijk voor het soepel bewegen vanuit de rug. Daarnaast zijn coreoefeningen van belang.

    Fase 4

    De voorlaatste fase binnen het herstelproces is de voorbereiding op de groepstraining. Daarin moet de speler veel onverwachte, explosieve bewegingen maken. Daarbij moet er altijd meerdere kanten op moet worden bewogen, omdat dat ook goed overeenkomt met de wedstrijdsituatie. Een speler moet namelijk ook steeds van richting veranderen wanneer de situatie daar om vraagt.

    Ook hierin is de training ingericht naar de blessure. Bij enkel- en knieblessures kun je bijvoorbeeld veel gebruik maken van oefenvormen met sprong en afzet. Dat heeft te maken met het trainen van de kracht van de afzet, maar ook met de stabiliteit van de gewrichten bij de landing.

    Kort samengevat gaan we in fase vier steeds meer toe naar situaties die de speler ook tegenkomt tijdens trainingen en wedstrijden. Vaak zijn dat de onverwachte, dynamische bewegingsvormen. Bij een hamstringblessure is dat bijvoorbeeld het verwerken van een hoge, lange bal. Een speler moet dan meebewegen, maar tegelijkertijd de bal volgen. Achterwaarts lopen is dan het meest efficiënt. Daarmee train je tegelijkertijd een wedstrijdsituatie, maar belast je ook geleidelijk de spier, die zo weer op kracht komt.

    Fase 5

    In fase vijf werken we echt toe naar de groepstraining. De trainingen zullen dan voornamelijk uit sport specifieke oefeningen bestaan, die deels ook opgenomen zijn in de groepstraining. Passvormen en de een-tegen-een, oefeningen in verschillende varianten, zijn hiervan voorbeelden. Bij een speler met lage rugpijn zou ik starten met een dribbel, en dan de oefening uitbouwen met veel kappen en draaien.

    Wil je de stabiliteit van knie- en enkelgewricht trainen, dan kun je om te beginnen een hoge bal aanspelen. Daarna in tweetallen laten duelleren. Op deze manier richt je een voetbaltechnische oefenvorm zo in dat hij steeds in het teken staat van de blessure. 

    Wanneer de speler weer volledig gaat meedoen met de groepstraining is afhankelijk primair van de revalidatie- en herstelperiode en wordt o.a. afgestemd met de trainer. Veelal zijn een warming up en inschietoefeningen een goed begin om mee te beginnen gedurende 1 á 2 weken. Als verzorger 'volg' je de speler dan tijdens de trainingen. Wanneer alle partijen (speler, trainer en verzorger) ervan overtuigd zijn dat het weer 'kan' , wordt hij weer volledig toegevoegd aan het team.

    Jeugdteams 

    Het hierboven beschreven herstelproces is vooral van toepassing op de seniorenteams. Bij de jeugdteams wordt dit herstelproces niet echt zo concreet gevolgd. Echter zien we in de praktijk wel dat er veel overeenkomsten zijn. Bij een blessure zal de trainer of ouder aangeven dat de speler de nodige rust moet gaan houden. Dus wordt er niet getraind. Wel zal het kind naar school gaan en dus onbewust weer loopoefeningen gaan doen: ze (willen) meedoen met gym, spelen met vriendjes op het plein etc. En al snel willen ze en zie je ze weer voetbal gaan spelen op een speelterreintje in de buurt. 

    Wat je dan ook ziet is dat ze zelf  'de grens' aangeven wat ze aankunnen als belasting en belastbaarheid. Veelal is dit ook het signaal dat ze wel weer naar de groepstrainingen willen en kunnen gaan. De trainer houdt dan vaak wel rekening met het feit dat ze nog niet 100% mee kunnen doen met de training. Hij zou ze dan bijvoorbeeld als keeper kunnen laten fungeren bij het partijtje. 

    Kinderen moeten normaliter snel herstellen. Pijntjes die we vaak bij het opgroeiende kind zien zijn veelal groeipijntjes ten gevolge van bijvoorbeeld een groeispurt. Vooral komen deze klachten naar voren als het kind in de rust is, bijvoorbeeld 's nachts. Ons advies is dan dat de intensiteit van de training(en) naar beneden moet om het herstel te bespoedigen. 

    Mocht er twijfel zijn dan kunt u altijd de verzorger vragen om advies wat te doen en verstandig is bij de blessure.

    Folkert Solle